Het concept van een “bank holiday” in het Verenigd Koninkrijk is diep geworteld in de parlementaire geschiedenis, met name in de Bank Holidays Act van 1871 en het supplement ervan uit 1875. Deze wetten wezen specifieke dagen aan voor banksluitingen in Engeland, Wales, Noord-Ierland en Schotland. Hoewel de naam een ​​specifieke gebeurtenis voor een financiële instelling impliceert, heeft de viering zich al lang buiten de banksector uitgebreid. Deze dagen zijn niet per definitie wettelijke feestdagen, maar fungeren de facto als vrije dagen voor een groot deel van de beroepsbevolking.

Vóór 1830 sloot de Bank of England haar deuren op ongeveer veertig heiligendagen en jubilea. Dat jaar werd de kalender ingekort tot 18 dagen. In 1834 kromp de lijst verder tot slechts vier dagen: Goede Vrijdag, 1 mei, 1 november en eerste kerstdag. De wet van 1871 formaliseerde de structuur voor Engeland, Wales en Ierland en stelde Paasmaandag, Pinkstermaandag, de eerste maandag van augustus en 26 december (tweede kerstdag) in als officiële feestdagen. Als 26 december op een zondag viel, voegde de wet van 1875 27 december toe als een extra feestdag. De Bank Holiday (Ireland) Act van 1903 voegde later St. Patrick’s Day (17 maart) toe, of de volgende maandag als deze op een zondag viel. In Engeland, Wales en Noord-Ierland blijven Eerste Kerstdag en Goede Vrijdag feestdagen volgens het gewoonterecht.

Schotland hanteert een ander schema. De lijst omvat Nieuwjaarsdag en de dag erna, Eerste Kerstdag (of de volgende maandag als deze op een zondag valt), Goede Vrijdag, Dag van de Arbeid (1 mei) en de eerste maandag van augustus.

De wet van 1871 machtigde de regering ook om elke dag officieel tot een feestdag uit te roepen. In de jaren tachtig was de lijst voor Engeland, Wales en Noord-Ierland uitgebreid met nieuwjaarsdag (of de eerste maandag van januari als nieuwjaar in een weekend valt), Goede Vrijdag, Paasmaandag, 1 mei (of de eerste maandag in mei als 1 mei in een weekend valt), de laatste maandag van mei, de laatste maandag van augustus, eerste kerstdag en tweede kerstdag.

De term ‘bank holiday’ in Groot-Brittannië verwijst naar specifieke dagen die zijn aangewezen door de Bank Holidays Act van 1871 en die zijn uitgegroeid tot algemeen erkende vrije dagen in het hele land.

De uitdrukking ‘bank holiday’ heeft in de Verenigde Staten een ander gewicht. Het wordt vaak geassocieerd met de Grote Depressie. Op 6 maart 1933 riep president Franklin Roosevelt een vierdaagse feestdag uit. Deze maatregel sloot alle banken in het land om de paniek een halt toe te roepen en overheidsinspecteurs in staat te stellen hun solvabiliteit te verifiëren voordat ze weer open gingen. Deze actie was een belangrijk onderdeel van de New Deal.

In Groot-Brittannië is het systeem rigide. In de VS was het een crisisreactie. Beiden gebruiken dezelfde term voor enorm verschillende mechanismen.